Provincie Drenthe

close

Kijkvragen

Uploaden of als tekst?
  • Vraag 1
  • Vraag 2
  • Vraag 3
  • Vraag 4
  • Vraag 5

Verhaal

Jaap steekt zijn hand op.
‘Tot morgen Aaltje!’ roept hij.
Het meisje bij de boerderij zwaait terug en verdwijnt achter de kar die naast de oprit staat.
In een huppeldrafje loopt Jaap de Molenwijk op. Bij de Eekhoutwijk kijkt hij naar rechts. Hij ziet de Jonkersbrug en blijft even staan.
Wat voelt dit nu anders dan een aantal maanden geleden. Toen stonden hier regelmatig Duitsers, net als bij de Veenhoopbrug. Ze controleerden de wagens en hielden in de gaten wie er over de Hoofdweg reed. Voortdurend had je het gevoel dat er op je gelet werd. 
Gelukkig zijn alle Duitsers opgehoepeld en hoeft hij daar niet meer bang voor te zijn.
Jaap stopt zijn handen diep in zijn zakken en huppelt verder. 
Bij huisnummer B421 loopt hij het klinkerpad op. Hij schopt zijn klompen uit en trekt de deur van de boerderij open.
‘Ma-a ik ben thuis!’
Via de pompstraat loopt Jaap naar het kleine voorhuis.
‘Ma! Waar ben je?’
‘Hier jongen.’
Een zachte stemt komt uit het voorkamertje.
Jaap duwt de deur op een kier en ziet z’n moeder. Met betraande ogen kijkt ze zijn kant op. Hij ziet het papier in haar hand en de brieven en enveloppen die op de tafel liggen.
‘Heb je nieuws over pa?’ roept Jaap.
Moeder bijt op haar lip en schudt haar hoofd.
‘Nee,’ zegt ze. ‘Nog steeds niet.’
Toen de Franse en Canadese soldaten Smilde binnen kwamen en de Duitsers op de vlucht sloegen, had moeder verwacht dat ze snel iets van haar man zou horen. Ze had speciaal een nieuwe mat gekocht die ze onder de tafel wilde leggen. Maar de mat stond nog steeds opgerold in een hoek. Van pa hadden ze na al de weken niets gehoord. 
Jaap trekt een stoel naar achteren en gaat naast zijn moeder zitten. Hij kijkt naar de brieven met de stempels van het Rode Kruis. Hij weet precies wat er in staat. Dat zijn vader en de anderen van Assen naar Amersfoort zijn vervoerd. En daarna op transport zijn gezet naar Duitsland. Zijn laatste brief schreef zijn vader vanuit een concentratiekamp.
Jaap schuift zijn handen over het tafelkleed en raakt de vingers van zijn moeder aan. Ze trillen. 
‘Ben je ongerust, ma.’
Moeder legt de brief op de tafel. Ze pakt de handen van Jaap beet en houdt ze in haar greep.
Jaap ziet dat z’n moeder aarzelt. Ze wil iets zeggen, maar perst dan haar lippen op elkaar. 
Ze beeft en begint zacht te huilen. Op dezelfde manier als die avond toen zijn vader werd weggevoerd.
Jaap kijkt naar de hoek van de kamer en ziet alles opnieuw gebeuren. 
Het was midden in de nacht. Er werd keihard op de deur gebonsd. Jaap schrok wakker, net als alle anderen in het huis. Hij schoot overeind en zag zijn vader in zijn witte hemd en lange onderbroek de pompstraat oplopen. Terwijl hij vlug de bedsteedeuren van Bertus en Jan dicht schoof riep hij: ‘Ja, ja, rustig maar. Ik kom eraan.’
Zijn vader opende de achterdeur, maar werd meteen de gang weer ingeduwd. Duitsers en leden van de landwacht drongen het huis binnen. Ze sleurden pa mee en drukten hem hardhandig in de hoek van de voorkamer. Zonder toestemming te vragen trokken de Duitsers alle deuren, kasten en laden open. Ze gooiden alles overhoop en rommelden tussen de kleren van ma.
Een landwacht duwde de Duitse commandant een krantje in zijn handen.
‘Hoe kom je hieraan?’ vroeg de commandant.
‘Weet ik niet,’ antwoordde vader.  ‘Het is onder de deur doorgedrukt. Ik heb het gelezen, daarom ligt het hier.’
De Duitse commandant stiefelde op vader af. Hij keek hem diep in de ogen en zei: ‘Weet je wat het laatste oordeel betekent?’
Vader knikt.
De Duitse commandant deed zijn arm naar achteren en haalde uit.
‘Wij- zijn- het- laatste- oordeel,’ schreeuwde hij. En bij elk woord sloeg hij vader keihard in het gezicht. Bloed drupte op zijn witte hemd.
Daarna werden Bertus en Jan de kamer in gesleept. Ze hadden geprobeerd vanuit de bedstee naar buiten te vluchten. Maar werden gegrepen door de soldaten die op wacht stonden.
Samen met de vader van Aaltje en anderen werden ze in een vrachtwagen gegooid en naar Assen gebracht. 
Van alles wat daarna is gebeurd, weten ze alleen de dingen uit de brieven die ze via het Rode Kruis kregen. 
Jaap staat op en trekt zijn moeder voorzichtig tegen zich aan. Ze huilt nog steeds.
‘Ik ben bang…. dat mijn Aaldert… er niet meer is,’ snikt ze.
Jaap verstijft. Wat zijn moeder nu zegt, glipt ook af en toe zijn eigen hoofd binnen. Als hij ’s nachts in bed ligt of alleen door het veld loopt. Maar hij duwt die gedachte steeds diep weg. Zo diep, dat het verstopt zit onder een dikke laag andere gedachten en niet snel weer boven kan komen
‘Vrouw Feijen! Jaap! Ze komen eraan!’
Jaap hoort klepperende klompen naast het voorhuis en laat zijn moeder los. 
Hij hoort de achterdeur opengaan en ziet Aaltje de kamer binnen stormen.
‘Zo komen eraan!’ herhaalt ze. ‘Ze lopen in Kloosterveen.’ 
‘Wie?’ vraagt moeder. Met een tip van haar schort veegt over haar wangen.
‘Jullie Aaldert, mijn vader en de anderen,’ hijgt Aaltje. ‘Ze halen ze op met een paard en wagen.’
Moeder komt overeind. Ze graait de brieven en enveloppen bij elkaar en stopt ze in haar schort.
‘Vlug, help me,’ roept ze. ‘Ik moet de kamer in orde maken.’
Ze loopt naar de rechtopstaande mat en rolt hem uit.

Kijkvragen

Uploaden of als tekst?
  • Vraag 1
  • Vraag 2
  • Vraag 3
  • Vraag 4
  • Vraag 5

Verwerkingsopdracht

Uploaden of als tekst?
  • Opdr1
  • Opdr2
  • Opdr3
  • Opdr4
  • Opdr5

Bronnen